Data als een recht

Er gaan steeds meer geluiden op om mensen een deel te geven van de opbrengst van hun persoonlijke data. Wij staan hier als beweging ook voor.

Dat dit geluid groter wordt is niet zo vreemd, omdat wij als maatschappij steeds bewuster zijn geworden van hoe onze data wordt gebruikt. Vooral na het Cambridge Analytica schandaal is het pijnlijk duidelijk geworden hoe onze persoonlijke data voor verkeerde doeleinden gebruikt kan worden. Wat bleek was dat het Engelse databedrijf Cambridge Anpplaalytica samen met de Brexit-campagne en Trump-campagne gewerkt aan het creëren van miljoenen unieke kiezersprofielen, om zich vervolgens tot deze kiezers te richten om hun politieke stem binnen te halen. De betreffende data kwam vooral van Facebook, die dit voorval bewust of onbewust ontgaan was. Maar niet alleen zo wordt onze data misbruikt. Als we een hypotheek aanvragen zou onze verzekeraar technisch gezien onze data opvragen. Als we een sollicitatie doen kan de werkgever technisch gezien data over onze persoonlijkheid opvragen. Bedrijven zoals Facebook, Twitter en Google verdienen miljarden aan gerichte advertenties omdat ze aan adverteerders precies kunnen vertellen welke mensen ze het makkelijkste kunnen verleiden.

Deze data kan ook voor heel veel goede doeleinden gebruikt worden, zoals het helpen van Afrikaanse boeren met hun oogst, of door data in te zamelen over slechte buurten in Nederland en zo efficiënter deze buurten helpen. Maar we zien dus hoe onze data waardevol is en ook vaak zonder dat wij het weten elke dag verzameld wordt.

Zoals Shoshana Zuboff zegt in haar boek The Age of Surveillance Capitalism: De data die ze verzamelen is van ons, maar wordt niet meer voor ons gebruikt. Ze weten alles over ons, maar wij weten niks over hoe hun systemen werken. En om een idee te krijgen wat voor effect data heeft gehad op bijvoorbeeld Google als mega techbedrijf hoeven we enkel naar hun winsten te kijken vanaf het moment dat ze onze data gingen verkopen voor andermans doelen (die van de adverteerders): In de testfase in 2001 sprong hun omzet naar 86 miljoen dollar (een verviervoudiging t.o.v. 2000), waarna het 347 miljoen in 2002 werd en 1,5 miljard (!) in 2003 en 3,2 miljard in 2004.

We zien dus hoe waardevol onze data is voor deze bedrijven en gegeven het feit dat de waarde van data volgens velen de waarde van olie heeft overtroffen, zouden we de vraag kunnen stellen: Waarom krijgen wij geen deel van deze data-opbrengst? Wij zeggen dat data en technologie de olie van de 21ste eeuw zijn en dat wij hier een data-dividend voor moeten krijgen, gecombineerd met andere individuele rechten die nu in gevaar zijn.

De rol van data zal namelijk alleen maar groter worden tijdens de Vierde Industriële Revolutie waarin we nu zitten en eigenaars van onze eigen persoonlijke gegevens horen wij hier een deel van te krijgen. De tech-bedrijven zijn ontzettend slim in het steeds verder verzamelen van onze data en het te doen lijken alsof er niks aan de hand is. De huidige privacy-wet is niet genoeg. Hiertegenover moeten we nog meer fundamentele data-rechten zetten en een manier om de waarde van onze data via het data-dividend terug te krijgen.

Niet alleen om onze menselijkheid te beschermen, maar ook onze democratie.

Wij willen:

Individuele data-rechten toekennen aan alle Nederlanders:

  • Recht om vergeten te worden; de optie te hebben jou datagegevens te kunnen verwijderen.
  • Recht om geinformeerd te worden wat er precies met jou data precies zal gebeuren
  • Het recht om je terug te trekken uit het actieve data verzamelingsproces van bedrijven
  • Het recht om te weten welke data een website over jou heeft.
  • Via een digi-tax op grote tech-bedrijven hun winst de waarde opvangen van onze data en deze via het vrijheidsdividend van 1.000 euro per maand verdelen onder alle Nederlanders. Het kan hierdoor als een soort robot-belasting gezien worden die de collectief gecreëerde welvaart van technologie opvangt.